Waarom rivieren?
"Nederland is een rivierenland. En ik vind rivieren heel mooi. Als ik vroeger met mijn ouders op vakantie was in Duitsland of Frankrijk, vond je mij al snel in een beekje. Bezig met dammetjes bouwen. Rivieren zijn vormend voor een land. Ik fiets er ook graag langs. En geniet dan van die bochtige lijnen en de schittering op het water. Een rivier beweegt constant, is altijd anders.
Los daarvan begon ik ook steeds meer in te zien hoe gek het is dat we rivieren alleen maar functioneel zien: om water af te voeren en de scheepvaart te faciliteren. Terwijl ze ecologisch van onschatbare waarde zijn. Op een gegeven moment gaan dat soort dingen toch belangrijk worden in de keuzes die je maakt. Je wordt ouder en wijzer, je leest wat meer, je komt in je vakantie langs de Loire en je denkt: goh, zo kan het ook!"
Tekst gaat verder onder de afbeelding
Adrie Franken, programmamanager KRW Oost-Nederland
Wat trof je aan toen je begon?
"De Kaderrichtlijn Water bestond al, met de EU hebben we de afspraak dat het in 2027 klaar is. Wat er op elke riviertak moest gebeuren, was duidelijk. Maar vaak was de locatie nog niet specifiek vastgelegd. De beginfase stond dan ook in het teken van de vraag: waar zijn de meest geschikte locaties? Vanuit die zoektocht zijn plannen ontwikkeld die inmiddels afgerond zijn en uitgevoerd moeten worden.
Toen ik eind 2023 begon, trof ik een grote verscheidenheid aan, zowel in projecten als in aansturing. Een deel van die projecten voerde Rijkswaterstaat Oost Nederland zelf uit, een ander deel werd uitbesteed. Er werd met grote betrokkenheid aan de projecten gewerkt, maar het ontbrak aan een eenduidige opdracht en organisatie. Daardoor was er onvoldoende grip op budget en planning: de deadline van eind 2027 leek onhaalbaar. Om dit te verbeteren zijn alle projecten onder één programma gebracht en is de aansturing versterkt. Daarnaast hebben we een versnelling doorgevoerd om alles op tijd gerealiseerd te krijgen."
Hoe zijn jullie gaan versnellen?
"De kern van de versnelling: we doen alles parallel in plaats van achter elkaar. Waar we normaal stap voor stap werken, worden ontwerp, vergunningen en voorbereiding van de uitvoering zoveel mogelijk tegelijk opgepakt. Dit kunnen we alleen maar doen doordat we niet alles dichttimmeren. Ons motto is: met lef, maar niet roekeloos. Lef betekent durven zoeken naar hoe iets wél kan.
Qua financiële omvang is dit vergelijkbaar met een groot infrastructuurproject: zo'n 700 miljoen euro, alleen al in Oost-Nederland. Het grote verschil is dat we het hier hebben over bijna 60 projecten, verdeeld over zo’n 150 km IJssel, Waal en Nederrijn.
De organisatie is minstens zo bijzonder. Op dit moment werken ongeveer 150 mensen binnen Rijkswaterstaat aan deze opgave: beheerders, programmamedewerkers en specialisten. En bij het ingenieursbureau zijn dat er nog eens 150 tot 200. Samen zijn dat zo’n 350 mensen die keihard bezig zijn om de planning te halen. En dan heb ik de aannemers nog niet eens meegeteld. Dat maakt de coördinatie een voortdurend aandachtspunt. Hoe houd je iedereen verbonden? Hoe voorkom je misverstanden en laat je irritaties niet oplopen?"
En dan heb je ook nog te maken met heel veel verschillende belangen.
"Het is inderdaad niet alleen de schaal, maar ook het enorme aantal partijen en belangen waarmee we rekening moeten houden. Rijkswaterstaat werkt samen met vier provincies, meerdere waterschappen, Staatsbosbeheer, grondeigenaren, agrariërs, scheepvaartbelangen en diverse stichtingen die actief zijn in de uiterwaarden.
Zelfs als je ongeveer hetzelfde wilt, kunnen belangen met elkaar botsen. Neem Staatsbosbeheer. Die zijn er, net als Rijkswaterstaat, voor de natuur. Maar zij zijn van de groene natuur en wij van de blauwe. Als we een geul aanleggen, zetten we groen om naar blauw. Dat kan schuren en vergt goed overleg, maar we vinden elkaar altijd. En bij de waterschappen kunnen onze plannen voor een geul botsen met hun plannen voor dijkversterking. Het is de kunst om aan de voorkant goede afspraken te maken over de afstemming van de werkzaamheden en de communicatie met de omgeving. Je moet creatief zijn in je oplossingen zodat je snel kunt doorpakken terwijl iedereen zich gehoord en betrokken voelt."
Heb je daar een voorbeeld van?
"Onlangs zijn we een samenwerking begonnen met een private zand- en grindwinner. Zij waren al jaren bezig met plannen om een locatie terug te geven aan de natuur, maar stuitten steeds op bestuurlijke bezwaren. Tegelijkertijd waren wij op zoek naar locaties waar we onze plannen konden uitvoeren. Met de wind in de rug van de urgentie én door te laten zien waar je het voor doet, konden we bij de juiste personen aantonen dat er geen juridische problemen waren. En nu werken wij direct met dit private bedrijf om de uitvoering te versnellen.
Het mooie is: succes werkt aanstekelijk. Inmiddels kijken we of we zo’n aanpak kunnen toepassen bij projecten met Staatsbosbeheer, een ander zandwinbedrijf en met een waterschap dat voor een dijkversterking natuurcompensatie moet realiseren.
KRW staat niet op zichzelf en de natuurontwikkeling langs de rivieren zal in 2027 ook nog niet afgerond zijn. Eigenlijk zijn we bezig met het bouwen van een kathedraal: iedereen bouwt aan hetzelfde bouwwerk, de één legt stenen, de ander maakt de glas-in-loodramen. Het gaat niet altijd even makkelijk. Maar als je samen oog blijft houden voor wat je met z’n allen bouwt, geeft dat energie en trots."