"Een haas is geen snoek"

04-06-2026 88 keer bekeken

Rijkswaterstaat heeft de taak onze rivieren schoner en gezonder te maken. Omgevingsmanager Ernst Rijsdijk zorgt dat de uitvoering soepel verloopt zonder verrassingen. In dit gesprek legt hij uit wat zijn werk inhoudt, hoe hij de Praatplaat bedacht en waarom natuur meer is dan een rennende haas.

Onderwaterkraamkamers

Onze rivieren liggen vol met stenen, die ervoor zorgen dat de rivier op z’n plek blijft en het water goed wordt afgevoerd. Het zijn als het ware een soort snelwegen, aangelegd om de scheepvaart te helpen. Maar al die stenen en dat snelstromende water gaan ten koste van de waterleefwereld. Om die te herstellen en onze rivieren gezonder te maken, bestaat de Europese Kaderrichtlijn Water.

Grofweg worden er langs dit deel van de IJssel drie soorten maatregelen genomen. Ernst Rijsdijk, legt uit: “Ten eerste halen we een deel van de stenen weg en graven we klei en zand af, zodat je langere, meer glooiende oevers krijgt. Dat zijn de natuurvriendelijke oevers. Daarnaast graven we geulen: extra waterverbindingen en zij-armen in de uiterwaarden. Dat worden plekken waar het minder hard stroomt, zodat kwetsbaar leven de kans krijgt. En tot slot voegen we rivierhout toe: we leggen bomen met kluit en al in het water. Zo'n boom moet een ecologische hotspot worden voor jonge visjes, mosseltjes en algen. Een echte kraamkamer.”

Iedereen moet weten wat er gaat gebeuren

Ernst is omgevingsmanager voor de realisatiefase, de fase waarin je het in principe ‘alleen nog maar hoeft uit te voeren’. Maar dat is complexer dan het klinkt. Ernst: “Er komt heel veel bij kijken. Je moet ervoor zorgen dat de benodigde grond beschikbaar is, een aannemer in de arm nemen én je hebt te maken met het publiek, de pers en allerlei andere partijen die op een of andere manier belang hebben bij onze plannen. We zijn nu anderhalf jaar bezig en de eerste schop moet nog de grond in.”

Voor Ernst en zijn team gaat het om het gebied IJssel-Noord: 15 locaties tussen Deventer en Kampen. Om daar aan de slag te kunnen, moeten eerst de vergunningen in bezit zijn. Vervolgens zorgen de grondverwervers ervoor dat Rijkswaterstaat alle benodigde grond in bezit heeft, óf toestemming heeft om de grond te gebruiken. Daarbij speelt er altijd meer dan alleen financiële overwegingen. Ernst: “Een agrarisch ondernemer maakt andere keuzes dan bijvoorbeeld Staatsbosbeheer. Of neem de campinghouder die me zei: 'Alles best, maar van april tot en met oktober wil ik geen machines naast mijn terrein.' Dat is zijn toeristenseizoen. Uiteindelijk moet ik ervoor zorgen dat iedereen weet wat er gaat gebeuren en niemand voor verrassingen komt te staan.”

De ontwikkeling van de Praatplaten

Om de gesprekken die hij voert makkelijker te maken, heeft Ernst zogenaamde Praatplaten laten ontwikkelen. “Ik was mee naar keukentafelgesprekken waarbij de projectleider vertelde: 'Het talud is nu één op zeven, we graven het af tot één op elf, we halen de stenen tot een halve meter onder de OLR weg...' En dan denkt iedereen: waar gaat dit over? Ik heb toen drie Praatplaten laten maken: over natuurvriendelijke oevers, rivierhout en geulen en strangen. Ze helpen mij om inzichtelijk te maken wat we precies gaan doen. En waarom we dat gaan doen. Mensen zeggen: ‘Er is hier al natuur, er zitten hazen.' Heel mooi, maar dit doen we niet voor hazen, dit doen we voor de snoeken, de mossels, de dansmuggen en al die andere soorten die je niet ziet.” Onderwaternatuur is niet net zo zichtbaar als bovenwaternatuur, maar het is wel van essentieel belang. Je kunt de Praatplaten als pdf downloaden op samenwerkenaanriviernatuur.nl.

Veldbezoek rechteroever van de Ijssel

Een padvindersgedachte

Met kerst 2027 moeten de maatregelen 'functioneel gereed' zijn, zoals dat heet. Dan zijn de werkzaamheden klaar, daarna duurt het zeven tot tien jaar voordat zo’n gebied zich ecologisch heeft ‘ingeregeld’. Ernst: “De vissen moeten eerst hun weg vinden, het duurt daarna even voordat er jonge visjes zijn. Hetzelfde geldt voor mosselen, insecten en waterplanten. De Europese Unie rekent ons af op de aanleg, niet op of de ecologie al volledig werkt. Maar daar doe je het uiteindelijk wel voor: de drive om Nederland een stukje mooier achter te laten dan je het aangetroffen hebt. Een beetje een padvindersgedachte, dat geef ik toe, maar ik vind het een mooie.”

Cookie-instellingen