Je werkt dit jaar 29 jaar bij Staatsbosbeheer, en een groot deel daarvan ben je betrokken geweest bij KRW-projecten. Wat trekt je daarin aan?
“Het werk in het veld. Ik heb ooit in één jaar zes geulen helpen aanleggen op de Veluwe: van het ene gebied naar het andere, van de graafmachine naar de werkboot. Er zat zoveel klei onder mijn laarzen dat ik grapte dat ik er een halve meter van gegroeid was, maar vooral: ik wist dat ik dit wilde blijven doen. Zodra de aanleg start, ben ik het eerste aanspreekpunt voor de aannemer. Dan zit ik op maandagochtend in de keet en zorg ik dat iedereen weet wat er speelt: loopt er een stier in het gebied, zit er een beverburcht waar niet gegraven mag worden. Praktische dingen vanuit mijn gebiedskennis als boswachter beheer, maar wel dingen die het verschil maken.”
Hoe is dit werk veranderd?
Boswachter Beheer Natalie van Dijk
“Vooral hoe zorgvuldig er nu te werk wordt gegaan. Zo zitten we om tafel voor risicoanalyses, samen met collega's van Rijkswaterstaat, en dat is leerzaam om bij aan te haken. Andersom brengen wij de praktijkkennis in: waar zit een burcht, waar wordt het te drassig. In een eerdere fase van de KRW-maatregelen, voor 2018, werkten we nog met een kleinere groep. Inmiddels is de samenwerking flink uitgebreid en brengen we vanuit Staatsbosbeheer en Green Rivers Open Wonder (GROW), een bedrijvenconsortium dat de planstudie heeft uitgevoerd, veel verschillende expertises samen. Daardoor kunnen we kennis en praktijkervaring beter bundelen, sneller schakelen en gezamenlijk meer werk verzetten.
Zo zou bij een van de geulen het tracé dwars door een plas lopen waar de kwabaal zat, een zeldzame vissoort. Op basis daarvan is de route aangepast: de geul gaat nu langs de plas de IJssel in, in plaats van erdoorheen. Dat soort bijstellingen op detailniveau zijn precies waar goede afstemming zich bewijst.”
Wringt het weleens, ondanks die zorgvuldige aanpak?
“Het broedseizoen is een terugkerend punt. Er komen regelmatig werkplannen voorbij die precies in die periode zouden starten, terwijl dat voor ons niet kan. Geen kwestie van onwil, maar van twee planningen die niet vanzelf op elkaar aansluiten. Dat lossen we op door het steeds opnieuw vroegtijdig aan te kaarten, zodat een werkplan er op aangepast kan worden.
Wat merken bezoekers en omwonenden ervan?
“Twee kanten van dezelfde medaille. Aan de ene kant kunnen ze genieten van het resultaat van eerdere projecten langs de IJssel: zeearenden doen het hier goed, en 's ochtends zie je lepelaars in ondiepe plasjes die er eerder niet waren. Aan de andere kant komen er, zodra de aanleg begint, periodes waarin bezoekers bepaalde paden even niet in kunnen. Dat is wennen, maar nodig om het gebied straks weer terug te geven. Ook droogte speelt een rol: sommige geulen die altijd water zouden voeren, vielen het eerste jaar al bijna droog. Dat dwingt ons om mee te bewegen.”
Lepelaars in de Buitenwaarde Wijhe
Wat maakt dit werk na al die jaren nog steeds de moeite waard voor jou?
“De dynamiek van de IJssel, en dat je daadwerkelijk het gebied kunt beschermen. Het lukt niet altijd zoals je zou willen, maar wel zo goed mogelijk. De natuur is zo flexibel, dat is onvoorstelbaar. Als we de lijnen tussen alle partijen zo kort weten te houden als nu, dan heb ik er alle vertrouwen in dat we hier over tien jaar iets moois hebben staan.”