Met het realiseren van de KRW- en Natura 2000-maatregelen creëren we een sterker en klimaatbestendiger riviersysteem. Ons doel is om zeldzame en kwetsbare dier- en plantsoorten te beschermen en populaties te versterken. In overgangsgebieden, zoals de Tichelbeeksewaard, betekent dit soms dat bestaande functies (zoals het weidevogelgebied) plaats moeten maken voor natuurherstel. Zo ontstaat er – met name op de lange termijn – een rijkere natuur met ruimte voor meer soorten.
Langs de IJssel zijn de leefgebieden die worden gerealiseerd zeldzaam, daarom zijn ze broodnodig om een grotere biodiversiteit in het stroomgebied te realiseren. Denk bijvoorbeeld aan hardhoutooibos en brede rietkragen – belangrijke plekken voor vogels zoals de porseleinhoen en andere broedvogels die vallen onder Natura 2000. Deze komen beperkt voor en zijn daarom van groot belang om te realiseren.
De toekomstige strang met overstromingsvlakte biedt veel kansen voor natuurontwikkeling. In dit gebied kunnen water- en oeverplanten goed groeien. Door de verruiging ontstaat een gevarieerd leefgebied voor verschillende soorten dieren en planten. Vooral de hogere begroeiing is belangrijk, omdat dit ruimte biedt voor voortplanting, beschutting en het opgroeien van vissen, amfibieën, kleine waterdieren, broedvogels en zoogdieren.
De overstromingsvlakte bevat veel ondiep water. Doordat het zonlicht tot op de bodem komt, groeit er veel watervegetatie. In het voorjaar warmt het water snel op, wat gunstig is voor jonge vissen die daar goed kunnen opgroeien.
Daarnaast is er in dit gebied ruimte voor de ontwikkeling van zachthoutooibos. De strang zelf biedt een rustige leefomgeving zonder hinder van scheepvaart. De flauwe oevers zijn daarbij van grote waarde voor de ecologie.