Als eco-engineer werkt Max aan maatregelen om de Maas ecologisch gezonder te maken. Bijvoorbeeld met het aanleggen van natuurvriendelijke oevers, opknappen van vistrappen, herinrichten van beekmondingen en aanleggen van verschillende soorten geulen, waaronder stuwpasserende nevengeulen.
Stromend habitat
Bij de stuwen in de Maas is er een groot verschil tussen een vistrap en een stuwpasserende nevengeul, zegt Max. ‘Een vistrap is een soort veerboot: die brengt de vis stroomopwaarts van A naar B. Een stuwpasserende nevengeul is meer een cruiseschip: daar kunnen dieren echt verblijven en langere tijd leven. We creëren daarmee nieuw leefgebied, een stromende habitat. Ook voor waterplanten en macrofauna: kleine ongewervelde waterdiertjes.’
Natuur maken, natuur beschermen
Een nieuw waterhabitat creëren is technisch best complex: ‘Als we bijvoorbeeld een geul graven, onttrekken we grondwater. Dat kan effect hebben op Natura 2000-gebieden zoals de Maasduinen. Hoewel we natuur maken, mogen we bestaande natuur niet schaden.’ Daar zit het schipperen: vooraf onderzoeken, effecten beperken en waar mogelijk voorkomen. ‘We mitigeren altijd liever dan dat we compenseren. Voorkomen dat je schade hebt, in plaats van achteraf goedmaken.’
Een bever in de vistrap
‘De natuur stelt ons regelmatig voor een dilemma’, vertelt Max verder. ‘Neem de bever die zijn burcht in de vistrap in Lith heeft gemaakt. Perfecte plek voor hem: snelstromend water, veel begroeiing. Maar vistrappen hebben onderhoud nodig. Als de bever daar blijft, wordt hij steeds verstoord. Daarom verplaatsen we hem naar een rustigere plek. En deze plek maken we minder aantrekkelijk. We verwijderen groen en smeren het hol deels dicht met klei. Zo ontmoedigen we de bever en hoeven we hem niet te vangen en traumatiseren. Het kost soms wel wat tijd; de ene bever is eigenwijzer dan de andere.’
Als de vistrappen straks tijdelijk dicht moeten voor onderhoud, staat Rijkswaterstaat direct voor een nieuwe uitdaging: de vissen kunnen de stuw dan immers niet meer passeren. Daarom worden de vissen die erlangs willen, gevangen en bovenstrooms weer vrijgelaten voor de duur van de afsluiting.
Stuw- en sluiscomplex Lith in stroomafwaartse richting gezien, met helemaal links de huidige vistrap naast de waterkrachtcentrale. ©Rijkswaterstaat/Flying Eye
Vers grind voor de Grensmaas
Een andere maatregel is de grindsuppletie in de Grensmaas. Door stuwen komt er minder grind van bovenstrooms Nederland binnen, terwijl hoogwater het bestaande grind wel wegspoelt. En dat terwijl vers schoon grind ecologisch heel belangrijk is. ‘Soorten als zalm, rivierprik en allerlei macrofauna hebben het nodig. Ook bepaalde waterplanten wortelen alleen in grind’, legt Max uit. Daarom is gebiedseigen grind – dat vrijkwam bij de aanleg van de hoogwatergeul Maasband – teruggebracht in het stroombed. Tegelijkertijd mocht bestaande natuur niet verstoord worden. ‘In ons vooronderzoek kwamen we ganzennesten tegen. Je wilt niet dat er eieren verloren gaan. Dus daar werken we dan omheen.’
Toevoegen vers grind aan de Grensmaas bij Meers ©Rijkswaterstaat/Studio Retouched
Op tijd aan tafel
Volgens Max zit de sleutel van efficiënte uitvoering vaak in timing. ‘Hoe eerder je ecologie aanhaakt in een project, hoe makkelijker je negatieve effecten kunt voorkomen. Er is een groot verschil tussen: er zit een beschermde soort dus we kunnen niks. Of: er zit een beschermde soort, maar als we op deze manier werken, verstoren we die niet en is er geen vergunning of vrijstelling nodig.’ Dat vraagt goede afstemming intern en extern.
Tijdens inloopavonden spreekt hij mensen die hun zorgen uiten. Ze denken soms bijvoorbeeld dat een geul voor veel muggen zorgt. ‘Begrijpelijk, maar niet altijd terecht. In een goed ingericht systeem ontstaat balans. Nooit één soort die alles overneemt. Als ze merken dat we hun belang hebben meegewogen en dat we de impact zo klein mogelijk houden, hebben ze er gelukkig vaak begrip wel voor.’
De gulden middenweg
Hoewel hij zelf slechts af en toe echt het water opgaat, is schipperen is voor Max dagelijkse praktijk. ‘Uiteindelijk kijk je onder de streep: wat levert de meeste KRW-natuurwaarde op? En hoe doen we dat zonder andere belangen uit het oog te verliezen?’ Dat antwoord is zelden zwart-wit. Maar juist in die zoektocht zit voor hem de uitdaging. ‘Die balans vinden, samen met collega’s en partners, dat maakt dit werk zo mooi.’