Uiterwaarden Wamel, Dreumel en Heerewaarden

Veel gestelde vragen

Wat houdt het project in?

Sinds eind 2016 werken de Provincie Gelderland, Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer samen aan een plan voor natuurontwikkeling in de uiterwaarden van Wamel, Dreumel en Heerewaarden. Hier willen we een waardevol natuurgebied realiseren waar mens, dier en plant zich thuis voelen. De nieuwe natuur is aantrekkelijk voor verschillende vissoorten, broedvogels en bijzondere diersoorten zoals de kamsalamander en de bever.

Ook inwoners van het gebied profiteren van de nieuwe natuur. Het gebied moet toegankelijk zijn voor recreanten zoals wandelaars en sportvissers. In het plan houden we rekening met landbouw en scheepvaart. De veiligheid van het gebied bij hoogwater blijft gelijk.

We werken nauw samen met de gemeenten West Maas en Waal en Maasdriel en het Waterschap Rivierenland. De Waal en de uiterwaarden als schoon en gezond leefgebied waar mens, dier en plant zich thuis voelen. Dat is waar provincie Gelderland, Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer samen aan werken. Zo leggen we een meestromende nevengeul en strangen aan om de visstand te verbeteren. Ook geven we ooibos (waar dat bij hoogwater niet voor opstuwing zorgt) en andere riviergebonden natuur meer ruimte zodat broedvogels en bijzondere diersoorten zoals de kamsalamander en de bever zich nog beter kunnen ontwikkelen. Een rijke natuur in de uiterwaarden bij Wamel, Dreumel en Heerenwaarden draagt bij aan het welzijn van de inwoners. Door langs de Waal verschillende uiterwaarden te verbinden in een Natuurnetwerk maken we ons sterk voor de bescherming van dieren en planten.

Wat komt er in het gebied?

We onderzoeken de mogelijkheden voor een permanent meestromende nevengeul en voor strangen, dit zijn geulen die aan een zijde met de Waal verbonden zijn. Ook willen we natuurlijk grasland in het gebied laten terugkomen. Daarnaast bekijken we de mogelijkheden om ooibos weer terug te brengen in de uiterwaarden. Dat doen we alleen op plekken waar dat niet voor een opstuwing bij hoog water zorgt. Onderzocht wordt ook hoe de Vonkerplas ecologisch en recreatief verbetert kan worden door een gedeeltelijke verondieping met zand en klei uit de geulen in het gebied UWDH.

3. Is het een nieuw project?

De oorspronkelijke plannen voor de herinrichting van deze Uiterwaarden stammen al uit de jaren ’90, onder meer vanuit de doelstellingen voor de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en die van de Nadere Uitwerking Rivierengebied (NURG). Dit is meegenomen in het ruilplan van landinrichtingsproject Land van Maas en Waal in de afgelopen jaren. Afgelopen jaren was er geen organisatie die de planvorming en realisatie kon oppakken. Gelijktijdig groeide het inzicht bij Rijkswaterstaat, de Provincie en Staatsbosbeheer dat zij in hetzelfde gebied natuur willen ontwikkelen en daarom werd een gezamenlijk project gestart.

4. Waarom moet er nieuwe natuur ontwikkeld worden?

Voor planten en dieren is het belangrijk dat er aaneengesloten grote natuurgebieden zijn. Door natuur te ontwikkelen in deze uiterwaarden ontstaat een langgerekte structuur van natuurgebieden, het Nationale Natuurnetwerk (voormalige Ecologische Hoofdstructuur). Ook geven we uitvoering aan de Natura2000- regelgeving voor de bescherming van diersoorten. Het project draagt daarnaast bij aan het verbeteren van de ecologische waterkwaliteit, een doel uit de Europese Kaderrichtlijn Water. Daarin zijn afspraken gemaakt die ervoor moeten zorgen dat uiterlijk in 2027 het water in alle Europese landen voldoende schoon en gezond moet zijn.

5. Draagt het project bij aan hoogwaterveiligheid?

Waterstandverlaging is geen doel van dit project. Het doel is natuurontwikkeling. De combinatie van geulen en strangen maakt natuurontwikkeling in de uiterwaarden mogelijk. Vaak zal dit natuurlijk grasland zijn. De smalle uiterwaarden bieden fysiek geen ruimte om de gewenste natuurontwikkeling van (beperkte) mogelijkheden voor ruigte en ooibos met meer afvoer van water te combineren. Er zal dus ondanks het graven van geulen netto geen waterstandsdalend effect zijn. Andersom mag er absoluut ook geen waterstandsverhogend effect zijn. Daar zijn we heel strikt in.

6. Wat betekent het besluit van de minister om geen hoogwatergeul aan te leggen in het project Varik–Heesselt?

Het niet doorgaan van de hoogwatergeul in het project Varik-Heesselt heeft geen directe gevolgen voor het project, omdat het project primair geen hoogwaterveiligheidsdoelstelling heeft. Er wordt wel onderzocht of toekomstige maatregelen voor de waterveiligheid, waaronder dijkversterking, worden belemmerd door de aanleg van nieuwe natuur.

7. Behoort de opvulling van de Vonkerplas nu wel of niet tot project UWDH?

De variant grootschalige opvulling van de Vonkerplas hoort er niet bij.
Uitleg: De grootschalige opvulling van de Vonkerplas was als extra onderdeel aan het plan toegevoegd, met als doel de ecologische kwaliteit van de plas en de omgeving te vergroten. Onder bewoners en het gemeentebestuur van West Maas en Waal is geen draagvlak voor dit onderdeel van het plan, onder andere vanwege de aanwezige (natuurwaarden) en zorgen over de kwaliteit van de grond waarmee de plas wordt opgevuld. Afgelopen zomer heeft Staatsbosbeheer als eigenaar van de plas gesprekken gevoerd met bewonersgroepen en de gemeente West Maas en Waal over elkaars zorgen en intenties. Na de gesprekken is besloten door de Bestuurlijke Begeleidingsgroep UWDW om het grootschalig opvullen nu niet verder mee te nemen in de planvoorbereiding voor natuurontwikkeling UWDH.

Het gedeeltelijk opvullen van de Vonkerplas met grond uit het projectgebied zelf blijft één van de varianten in het plan. Deze variant is vanaf het begin onderdeel van het plan en ook vermeld in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor de milieueffectrapportage. De gedeeltelijke opvulling bedraagt circa 5-10% van het totale volume van de Vonkerplas. 90% van de Vonkerplas blijft dus zoals die nu is. Daarnaast is er ook een variant waarbij geen grond in de Vonkerplas verwerkt wordt.

8. Is daarmee de grootschalige opvulling definitief van tafel?

Ja, in dit project is grootschalige opvulling van de Vonkerplas van tafel. Echter, er wordt in een apart traject, dat losstaat van dit project, mogelijkheden voor het ruimer verondiepen verkend. Dit onderzoek zal meerdere jaren vergen. De gemeente West Maas en Waal en Staatsbosbeheer (als eigenaar van de Vonkerplas) gaan om tafel om een vervolgtraject te onderzoeken. Staatsbosbeheer stelt voor om gezamenlijk, in een apart traject de mogelijkheden van het ruimer opvullen te verkennen en daar meer tijd voor te nemen. Ook zal onderzoek gedaan worden naar de huidige ecologische kwaliteit en de ecologische effecten van grootschalige opvulling. Dit vervolgtraject wordt losgekoppeld van het huidige plan voor UWDH.

9. Van wie is de grond die moet worden ingericht en beheerd?

De grond is in eigendom van de verschillende overheidspartijen (Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer). Dit komt voort uit het ruilplan van de landinrichting Land van Maas en Waal, waarin een groot deel van de agrarische gronden binnen het plangebied met binnendijks gelegen gronden zijn geruild, met de bedoeling buitendijks natuur te ontwikkelen. Daarnaast zijn de afgelopen jaren door Bureau Beheer Landbouwgronden (BBL) rechtstreeks aangekocht met de bedoeling natuur te realiseren.

10. Blijven er gronden in agrarisch gebruik en welke gronden?

Ja, dit betreft de gronden die in eigendom zijn van agrariërs en die buiten het project vallen. Dit betreft delen van de uiterwaarden tussen de zomerkaden en de winterdijk); dit is met name een groot gebied bij Wamel en een kleiner gebied bij Heerewaarden.

11. Hoe is het beheer geregeld?

Dit moet nog worden uitgewerkt. Naar verwachting zal Staatsbosbeheer het beheer uitvoeren op haar eigendommen. Daar waar Rijkswaterstaat eigenaar is (veelal de oeverzones langs de rivier) zal deze organisatie verantwoordelijk zijn voor het beheer. Dit wordt in de komende periode nader uitgewerkt in beheerplannen. Er wordt bijvoorbeeld uitgewerkt of- en waar het beheer met begrazing wordt uitgevoerd, ofwel via maaibeheer. Hoe dit beheer wordt uitgevoerd hangt af van de natuurdoelen. Ook het onderhoud van geulen, strangen en eventuele bouwwerken (bruggen) wordt daarin opgenomen. In de blijvende agrarische gebieden zal vanuit de provincie worden bezien of er subsidie voor agrarisch natuurbeheer beschikbaar kan worden gesteld.

12. Blijft het gebied en de Waaloever na de herinrichting ook bereikbaar?

Ja. De bereikbaarheid voor de bewoners zal naar verwachting gelijkwaardig zijn aan de huidige situatie, ook met hoogwater. Doel van het project is ook dat de uiterwaarden voor mensen beleefbaar zijn. Daarom is er in het ontwerp aandacht voor extensieve recreatievormen. De toegankelijkheid van het gebied is onderdeel van de planuitwerking. Dit hangt ook af van de verschillende natuurtypen en gevoeligheid van soorten voor verstoring. De toekomstige strangen en geul zullen de bereikbaarheid mogelijk beïnvloeden.

13. Krijgen we meer kwel of juist verdroging in de gebieden achter de dijk?

Nee. Het Waterschap staat niet toe dat meer werking van rivierkwelwater of juist verdroging plaatsvindt als gevolg van dit project. Dit wordt ook onderzocht in samenspraak met het waterschap. Daar waar mogelijk effecten optreden worden deze ofwel in het gebied opgelost (gemitigeerd), bijv. door het werken met dichte kleilagen, of wordt een goede oplossing binnendijks uitgewerkt.

14. Hoe ziet de planning eruit?

  • November/december 2018: ontwerpateliers en infoavond
  • Februari 2019: keuze voorkeursalternatief (door Bestuurlijke Begeleidingsgroep)
  • Eerste helft 2019: uitwerking Detailontwerp 2.0 (ontwerpplan en milieueffectrapportage (MER)
  • Na de zomer 2019: start bestemmingsplanprocedure en aanvraag hoofdvergunningen inclusief formele inspraak

15. Waarom lopen we uit in de planning?

Er is meer tijd genomen voor de planvorming omdat er een softwarefout bleek te zitten in het rivierkundig rekenmodel. Deze fout is inmiddels opgelost. Het zorgde er wel voor dat het ontwerpproces opnieuw doorlopen moest worden (inclusief nieuwe ontwerpateliers en een extra infoavond). Dit levert ongeveer een half jaar vertraging op.